Woord van de maand

Het woord voor de maand bemoedigt ons. Het richt ons op, schenkt vreugde en wijst ons allen de goede weg.

Woord voor september

Jullie hebben veel gezaaid maar weinig geoogst; jullie eten maar raken nooit verzadigd, jullie drinken maar nooit is het genoeg, jullie kleden je maar krijgen het nooit warm; de dagloner krijgt zijn geld maar het verdwijnt in een beurs vol gaten.  Haggai 1:6 (NBV)

Enkele jaren voordat Haggai met zijn profetische bediening in het openbaar zou optreden, vond de eerste terugkeer van ballingen naar Juda plaats. De Perzen hadden immers, nadat zij de macht van de Babyloniërs hadden overgenomen, toestemming gegeven om een aantal Joden terug te laten keren naar Juda met het doel de verwoeste tempel te herbouwen. De Babyloniërs hadden de tempel omstreeks 586 voor Christus verwoest tijdens de verovering van Jeruzalem.

Eenmaal teruggekeerd in Juda, begonnen de repatrianten vol ijver aan de herbouw van de tempel. Maar al gauw zouden zij in “zwaar weer” terecht komen, vanwege de vijandige houding van de omliggende volken. De repatrianten werden valselijk beschuldigd dat zij, onder het mom van het herbouwen van de tempel, de stad Jeruzalem zouden willen herbouwen. Op die manier probeerde men de repatrianten verdacht te maken bij de Perzen. Op een gegeven moment lieten de repatrianten de moed zinken en deden zij geen enkele poging meer om de tempel te herbouwen. In de plaats daarvan begonnen zij alle aandacht, energie, tijd en geld te stoppen in het bouwen van mooie huizen voor zichzelf. Er werd dus gewerkt aan het hervestigen van een gemeenschap, waarin God niet centraal stond. Sterker nog: het neigde naar een situatie, waarin het niet nodig hebben van God om in hun essentiële behoeften te voorzien de boventoon voerde. Dus een soort gedachte van ik en mijn gezin op de eerste plaats en daarna is er ruimte voor God.

Het hoofdthema van de bediening van Haggai is daarom ook vervat in de oproep om de verwoeste tempel te Jeruzalem te herbouwen. De tempel had alles te maken met de gang van zaken in het land. De profetieën waren gericht aan de bestuurder van Juda, Zerubbabel, de hogepriester, Jozua, alsook aan het volk. Blijkens Ezra 6:14 zou het werk van Haggai niet tevergeefs zijn geweest en vruchten afwerpen.

We kunnen vooral deze maand stil staan bij het volgende:

Het gevaar voor onze relatie met God komt niet zozeer van buiten, maar vanbinnen. De repatrianten namen het besluit om God buiten het centrum van hun leven te laten, waardoor er geen zegen rustte op hun hard werken aan de herbouw. Er was eerder ook sprake van droogte en gebrek.

Welke plaats heeft Christus in mijn leven, mijn gezin, mijn kerk? Er is niets verkeerds aan het investeren in de eigen zaken. Maar let wel, er rust pas zegen op, wanneer wij God vooropstellen! God wil het centrum zijn van ons leven.

Amen.